Apporteren lijkt simpel: je gooit iets weg, je hond haalt het op en brengt het terug. Alsof die jachthonden ervoor gemaakt zijn he?! En hoe lekker het ook is dat de modderkluiten in je gezicht spatten omdat je hond zo lekker snel van je af rent.. het is meer dan gooien en gáán.
In de praktijk gebeurt er nogal wat tussen “Hey kijk, een haas/dummy” en “brave hond”. We noemen het hele verhaal apporteren, maar eigenlijk is het een verzamelbegrip. Als er ergens onderweg iets rammelt, lijkt meteen de hele oefening mislukt. Hoeft niet zo te zijn als je anders kijkt.
Hond leren apporteren? Kijk eerst naar de hele keten
Technisch gezien is apporteren een keten van kleine vaardigheden. Zodra je die keten als één grote brok traint, wordt het lastig om te zien waar het precies niet zo lekker gaat.
Afhankelijk van het niveau waarop je traint, kun je die keten eenvoudig of juist heel precies bekijken. In de basis ziet hij er ongeveer zo uit:
Je hond zit of staat bij jou.
Hij kijkt waar het apport valt, of krijgt informatie over de richting.
Hij vertrekt op jouw cue.
Hij gaat uit naar het apport.
Hij vindt het apport. (op geur, zicht en/of geheugen)
Hij pakt het apport op.
Hij houdt het apport vast.(zachtjes! geen gaatjes maken!)
Hij draait terug naar jou.
Hij komt vlot terug naar jou.
Hij remt op tijd.
Hij brengt het apport bij jouw hand.
Hij laat het apport rustig los op jouw cue.
Hij blijft daarna wachten en beschikbaar voor wat er nu komt.
Dat is apporteren.
Bij retrievers lijkt vooral dat eerste stuk vaak vanzelf te gaan. Veel jachthonden hebben aanleg en passie voor zoeken, pakken en dragen. Dat is fijn. Aanleg geeft je materiaal om mee te werken. Maar er kan nog geen strikje om, toch?
Waar gaat apporteren vaak mis?
Een ketting is zo sterk als de zwakste schakel. (Een cliché wordt nooit per ongeluk een cliché..) Als je kijkt naar het hele proces van apporteren zie je dat er technisch gesproken misschien maar 1 dingetje wat zwakker is waardoor de ketting stukgaat.
Een hond kan lekker rap naar het apport vliegen, en het toch laten liggen.
Een hond kan het apport oppakken, maar direct weer laten vallen.
Een hond kan op de terugweg een stukje om gaan lopen.
Een hond kan in een rechte lijn terugkomen, en op een meter vóór jou het apport uitspugen.
Of wel naar je terugkomen en vervolgens aan het apport blijven sjorren als jij ‘los” zegt.
Waar breekt de keten? – Daar moet je zijn.
Begin eens aan het einde
Bij veel oefeningen kun je werken met backchaining: je begint bij het laatste stukje van de keten en bouwt van daaruit terug naar voren.
Bij apporteren is het sluitstuk: in jouw directe omgeving wachten tot jij je cue geeft om het apport aan jou af te geven. En kunnen schakelen naar dat wat er nog meer komt (maar dat is een mentale kwestie en geen gedragsvaardigheid)
Dat rustig afgeven in jouw directe omgeving is het stuk van waar je terug kunt bouwen. En, handig om te weten, waar je de meeste beloningsgeschiedenis op kunt bouwen.
Waar zit de zwakste schakel?
Film jezelf en je hond eens tijdens een apporteeroefening. Je kunt bij het terugkijken al vrij snel zien op welke vaardigheid je hond uit de bocht vliegt. Die ene schakel haal je even uit de ketting en traint hem apart.
Zonder nu gelijk een kant-en-klaar- one- size -fits all-trainingsprogramma uit de kast te trekken: Een paar voorbeelden:
Je hond verhapt? Werk aan het vasthouden. Je werkt apart aan zachtjes aannemen, rustig vasthouden en loslaten op cue.
Je hond laat het apport te vroeg los? Dan haal je het laatste stukje eruit. Je werkt apart aan dichtbij komen, vasthouden tot bij jouw hand en rustig afgeven.
Komt je hond met een grote boog terug? Haal de terugweg eruit. Je versterkt het terugkomen naar jou, eerst eenvoudig, daarna met iets in de bek.
Daarna zet je die schakel terug in de ketting. Alleen eerst klein: tussen de schakel ervoor en de schakel erna.
Zo train je niet Het Grote Apporteerwerk, maar de schakel die aandacht vraagt. Daarna zet je die schakel terug tussen de schakel ervoor en erna. Dát is waar backchaining handig wordt.
Apporteren wordt meestal sterker wanneer je stopt met denken in “Kijken-wattie-doet”.
Kijk liever welk onderdeel al lukt, welk onderdeel rammelt en welk stukje je hond nog mag leren. Dan wordt trainen eerlijker voor je hond en overzichtelijker voor jou.
Verder lezen over apporteren en jachttraining?
Komt je hond met iets in zijn bek niet vanzelf terug naar jou, of wordt afgeven een rommelig moment?
Lees dan: Handtouch aanleren.
Een modelapport?? Lees dan: Modelapport aanleren met een handtouch
Heeft je hond weinig interesse in het apport, laat hij het liggen of lijkt hij niet te snappen wat de bedoeling is?
Lees dan: Mijn hond apporteert niet.
Heb je een jonge hond en vraag je je af wanneer je met apporteren kunt beginnen?
Lees dan: Puppytraining in de jachtwereld: wanneer begin je met apporteren?
Is je hond al weg voordat je hem stuurt, of loopt de spanning snel op zodra er iets valt?
Lees dan: Steadiness.
Wil je dit zorgvuldig leren opbouwen?
Apporteren wordt makkelijker als je hond begrijpt hoe trainen werkt: wanneer gedrag iets oplevert, hoe hij naar jou terug beweegt, hoe hij met spanning omgaat en hoe jij kleine stukjes gedrag helder opbouwt.
Wil je eerst leren hoe je met een clicker of markerwoord zorgvuldig gedrag opbouwt? Start dan met Click & Klaar.
Wil je samen verder bouwen aan apporteren, steadiness en jachtgerichte basisvaardigheden? Bekijk dan de mogelijkheden voor jachttraining bij De Honderwijzer.


