Vanaf mijn zesde stond er “een hond” op mijn verlanglijstje.
Want met een hond kon ik nóg meer buiten spelen dan ik al deed. Ik liet tekenschriften vol honden rondslingeren, als subtiele campagne richting mijn ouders. Hond op de bank. Hond in de tent. Hond naast de fiets. Hond bij het voetbaldoel.
Ik vond zo’n schriftje afgelopen week terug en zag ineens iets grappigs: mijn getekende droomhonden waren opvallend vaak jachthonden. Een golden. Een Friese stabij. Een retrieverachtig wezen met veel te lange poten dat met mij voetbalde, verstoppertje speelde en ’s avonds tevreden naast me lag te slapen in een tentje.
Dat was mijn beeld van een hond. Samen buiten zijn. Samen iets doen. Samen ergens moe en tevreden van worden.
Waarom mensen voor een jachthond kiezen
Volgens mij begint het voor veel mensen bij ‘samen’.
Ergens heb je zo’n hond een tof leven zien hebben. In een gezin, op vakantie, nat tot achter zijn oren, buiten in het groen en volkomen tevreden met zijn actieve bestaan. Zo’n hond die meebeweegt in een leven waar iets te beleven valt.
Je zag voor je hoe jouw leven met je hond eruit zou zien. Een hond die in je huis woont, maar vooral meedoet. Die ziet dat jij je jas pakt en de lijn alvast komt brengen. Die buiten met jou de wereld leest en thuis tevreden kan slapen wanneer er iets gevonden, vastgehouden of nagejaagd is. En die op jouw mindere dagen even zijn kop op je knie legt om te laten merken dat jullie samen zijn.
Dat beeld klopt vaak ook als je het over jachthonden hebt.
Juist omdat deze honden gemaakt zijn voor samen. Samen zoeken, samen iets vinden.
En soms niet-zo-samen achter dat konijn aanvliegen. Aanleg liegt niet.
Leer je je hond inderdaad jagen met jachttraining?
Want je koos misschien wel voor een jachthond, maar niet omdat je zelf wilde gaan jagen. Je wilde een actieve hond die lekker leerbaar is. Een hond die graag met je samenwerkt. Een hond die buiten iets te doen heeft en thuis tevreden onder de tafel ligt.
Want stel je voor dat je hem op jachttraining juist iets leert wat je liever niet groter maakt. Je werkt al zo hard tijdens jullie wandelingen in het bos. Stel je voor dat je hond nóg meer op geur aangaat. Nog sneller achter beweging aan wil. Nog fanatieker wordt op vogels, hazen, water, dummy’s en alles wat volgens hem ineens werk zou kunnen zijn. Dan kan jachttraining ineens voelen als iets waar je beter bij wegblijft.
Dus hoor je die zin in je hoofd:
“Als je met je hond op jachttraining gaat, leer je hem juist jagen!”
O? Beter niet op jachttraining dan?!
Die twijfel verdient meer dan een geruststellend; “neuh, dat valt wel mee hoor”.
Je leert je hond inderdaad beter jagen als je op jachttraining gaat.
Is gewoon zo.
Maar dat kan twee kanten op:
Je kunt je hond handiger maken in zijn eigen jachtproject. Sneller op geur. Feller op beweging. Overtuigender richting konijn, kat, haas, water, dummy of groot weiland. Dan leert hij vooral dat zijn eigen plan de moeite waard is.
Of je leert hem jagen onder afspraken.
Zoeken wanneer jij de opdracht geeft. Wachten terwijl zijn lijf vooruit wil. Terugkomen met wat hij vindt. Reageren op je fluit. Herstellen na opwinding.
Dan geef je de jachtaanleg richting, wordt jullie samenwerking duidelijker en leert je hond correct jagen: wanneer jij dat van hem vraagt.
Van omleiden naar opleiden
Je kunt de jachtaanleg van jouw hond omleiden met zoekspelletjes, lange wandelingen, balletjes, snuffelrondjes of een andere actieve hondensport zoals detectie of behendigheid. En daar is helemaal niets mis mee. Daar kan een hond plezier in hebben en dolgelukkig mee zijn.
Het wordt alleen snel rommelig wanneer jij in de wijk de kat van de buren niet eerder hebt opgemerkt dan je hond. Of de blaadjes van de bomen vallen en je hond ze allemaal wil hebben-hebben-hebben.
Jachthonden hebben óók behoefte aan werk dat past bij waar ze al eeuwenlang voor zijn gefokt. Werk waarin die jachtaanleg serieus wordt genomen.
Dan is het voor ons als eigenaar fijn om je jachthond te leren dat zoeken en halen op afspraak meer oplevert dan achter die haas aanvliegen en een boze baas treffen bij terugkomst.
Bij De Honderwijzer leer je dat jachttraining juist gaat over die afspraak. Jij geeft de opdracht, je hond gaat aan het werk, komt terug met wat hij vindt en kan daarna weer rustig landen van alle opwinding.
Dan ben je aan het opleiden.
Opleiden bij jachttraining vraagt om een structuur waarin jullie de aanleg van jouw hond samen gebruiken: zoeken op cue, wachten terwijl er iets voorbij vliegt, terugkomen met wat hij vindt, reageren op je fluit, herstellen na opwinding.
Tachtig procent van mijn klanten wil gewoon fijn samenwerken en hun jachthond gelukkig houden. Zij zoeken een middenweg tussen algemene opvoedhulp en geen wedstrijdgerichte jachtclub waar je eerst een groen vest, drie fluiten en een mening over koud wild lijkt te moeten bezitten.
Bij De Honderwijzer wil ik je zorgvuldig leren werken met de prachtige aanleg van je hond.
Daarom wil ik eerst dat hond en eigenaar dezelfde taal spreken.
Waarom Click en Klaar vóór privéles komt
Een privétraject bij De Honderwijzer begint met de online training Click & Klaar, of met aantoonbare clickerervaring.
Met Click & Klaar leer je eerst een gezamenlijke taal. De hond leert: dit geluid markeert het gedrag dat enorm loont. Jij leert minstens zo veel: wat markeer ik eigenlijk? Welk gedrag wordt sterker? Waar beloon ik? Wat doet mijn beloning met de verwachting van mijn hond? Is mijn hond nog beschikbaar en leerbaar?
Dat laatste, bereikbaarheid, telt zwaar bij jachthonden. Kan je hond nog leren, of staat hij alleen nog op te letten waar er iets te halen valt?
Met een clicker kun je preciezer worden in wat je jouw hond aan wilt leren. Zodat jij minder minder hard hoeft te werken aan controle, en meer kunt bouwen aan duidelijkheid en samenwerking.
Dan kun je een dummy gebruiken als werkmateriaal in plaats van als lont in een kruitvat. Dan wordt een kom-fluit een zorgvuldig opgebouwde cue om gauw terug te rennen naar jou, zijn lievelingsmens.
Jachttraining zonder jachtambitie
Je hoeft geen jager te worden. Of fanatiek jachtwedstrijden te lopen. En je hoeft jezelf ook nog geen voorjager te noemen wanneer dat woord voelt alsof je eerst ergens examen in had moeten doen.
Maar doen alsof je hond zijn aanleg thuislaat omdat jij geen jachtambities hebt, werkt meestal matig.
Dus als jij aan de rand van een mooi veld staat terwijl de hazen naar je hond staan te zwaaien en denkt: dit wordt óf gedoe, óf we moeten hier iets mee…. Dan gaan we aan het het werk.


