Je hebt een Labrador die ongeveer geboren lijkt met iets in zijn bek. Een Vizsla die buiten ineens een neus blijkt te bezitten waarvan jij het bestaan binnenshuis niet had vermoed. Een Heidewachtel, Flatcoat, Golden Retriever, Weimaraner of andere jachthond die opvallend geïnteresseerd is in wild, geuren, beweging, zoeken of dingen meesjouwen.
Misschien denk je wel eens aan jachthondentraining, terwijl je zelf helemaal niet van plan bent om te gaan jagen. Of je hebt geen idee wat er op zo’n training eigenlijk gebeurt. Je kent hooguit het beeld van honden die kaarsrecht naast iemand in een groene jas zitten en op één fluitsignaal exact weten wat ze moeten doen.
En jouw hond kan op dit moment nog niet eens rustig blijven zitten als er iemand een boterham uit zijn tas haalt.
Geen nood. Je kunt gewoon beginnen met jachttraining.
Het helpt wel om te begrijpen wat je eigenlijk gaat trainen.
Wat is jachthondentraining?
Jachthonden zijn generaties lang geselecteerd op eigenschappen die bruikbaar waren bij de jacht. Welke eigenschappen dat precies zijn, verschilt per ras en rasgroep.
Een retriever werkt vooral na het schot. Hij onthoudt waar wild is gevallen, zoekt het en brengt het terug. Een spaniël zoekt dicht onder het geweer de dekking af om wild op te stoten; na het schot kan hij ook apporteren. Staande honden ‘wijzen’ het wild aan terwijl ze stokstijf in het veld staan.
Die oorspronkelijke taak doet ertoe wanneer je gaat trainen.
Dat betekent niet dat iedere Labrador automatisch een briljante apporteerder is of dat iedere Vizsla vanaf zijn geboorte exact weet wat jij met een fluit bedoelt. Je jachthond heeft in ieder geval aanleg waar je mee kunt leren werken.
Daarom kom je in jachthondentraining vaardigheden tegen als wachten bij beweging, terugkomen op een fluitsignaal, zoeken, apporteren en op afstand met de voorjager blijven werken.
De precieze invulling hangt af van je hond en van wat jij uiteindelijk met hem wilt doen. De één traint voor praktisch jachtwerk, een ander voor proeven of wedstrijden. Veel mensen willen vooral serieus met de aanleg van hun jachthond werken.
Moet je met een jachthond per se aan jachttraining doen?
Nee. Niets moet.
Je kunt een jachthond ook een prima leven geven zonder ooit een dummy aan te schaffen. Zoekwerk, detectie, wandelen, andere hondensporten en gewoon een actief leven kunnen uitstekend bij een hond passen.
Jachttraining is dus geen verplicht nummer omdat er toevallig ‘jachthond’ op de verpakking stond.
Het kan wél een heel passende manier zijn om iets te doen met gedrag dat je hond toch al rijkelijk in huis heeft.
Je hond mag zoeken. Hij mag zijn neus gebruiken en achter een apport aangaan. Tegelijk maken jullie afspraken over wanneer hij vertrekt, wanneer hij wacht en hoe hij met jou blijft samenwerken terwijl hij met zijn eigenlijke vak bezig is.
Daarom kun je ook aan jachttraining doen wanneer je nooit praktisch wilt gaan jagen.
En ja: door jachttraining kan je hond beter leren jagen. Daar heb ik een heel apart artikel over geschreven, want dat verhaal verdient meer dan een geruststellend “neuh, valt wel mee”.
Jachttraining geeft richting aan aanleg die er vaak allang is — en waar je tijdens een wandeling soms ook ongevraagd kennis mee maakt zodra er een haas langs huppelt.
Wat leert een hond bij jachthondentraining?
Strak apporteren!
Nee hoor, dat is niet waar. Het is prachtig om te zien hoe een hond achter een dummy aandendert en binnen 3 seconden terug is. Het ziet er ook best jachttrainerig uit.
Maar jachttraining draait voor mij vooral om kunnen blijven samenwerken wanneer de wereld zich ermee gaat bemoeien. Als er iets voorbij vliegt. Als een andere hond werkt. Als je hond allang heeft bedacht wat er volgens hem hierna moet gebeuren.
In mijn lessen ben ik daarom minstens zo vaak bezig met wachten, terugkomen, volgen, zoeken en reageren op fluitsignalen als met het apport zelf.
Hard naar een dummy rennen kunnen veel jachthonden uitstekend zonder mijn hulp.
Een belangrijk deel van de training zit in leren werken met de enorme drive en het enthousiasme van je jachthond, zonder dat hij daarin zichzelf en jou kwijtraakt.
Daarnaast ga je vaktermen tegenkomen. Steadiness betekent bijvoorbeeld dat je hond kan wachten terwijl er iets gebeurt waarop hij graag zou reageren. Bij markeren onthoudt hij waar hij iets heeft zien vallen.
Laat je vooral niet afschrikken door alle groene jassen en woorden waarvan iedereen lijkt te weten wat ze betekenen. Het woordenboek krijg je er gaandeweg gratis bij.
Moet mijn hond eerst goed luisteren voor hij op jachttraining kan?
Welnee joh.
Terugkomen, wachten, volgen en reageren op fluitsignalen zijn juist onderdelen van jachttraining. Die hoef je dus niet eerst allemaal thuis af te vinken.
Je wilt wel beginnen op een niveau waarop je hond iets kan leren.
Als hij buiten al volledig uit beeld verdwijnt zodra er een vogel langskomt, is een trainingsveld vol andere honden en vliegende dummy’s misschien niet de handigste plek om te ontdekken of je komsignaal werkt.
Bij een jonge hond kan terugkomen met iets in zijn bek al een mooie trainingsstap zijn. Een andere hond brengt alles keurig terug, maar raakt compleet van zijn à propos zodra er iets door de lucht vliegt. Dan ligt het beginpunt ergens anders.
Er is geen standaardniveau waarop iedere hond “klaar” is voor jachttraining.
Je begint bij de hond die er staat.
Waar let je op als je een jachthondentrainer kiest?
Jachttraining wordt op behoorlijk verschillende manieren gegeven. Dat zie je vooral wanneer iets níét lukt.
Kijk dan eens wat de trainer doet. Wordt alleen vastgesteld dat de hond ongehoorzaam is, of wordt er gekeken waarom de oefening misgaat? Misschien was de stap te groot, kent de hond een onderdeel nog onvoldoende of speelt de omgeving ineens veel meer mee.
Kijk dus niet alleen naar het eindresultaat, maar ook naar hoe een trainer met fouten omgaat. Een methode kan prima resultaat opleveren en toch niet passen bij hoe jij met je hond wilt trainen.
Hoe ziet jachttraining bij De Honderwijzer eruit?
Ik werk welzijnsgericht, zonder fysieke correcties, intimidatie of pijn. De clicker speelt daarin een belangrijke rol. Ik gebruik hem ook midden in de jachttraining om heel precies gedrag te markeren en vaardigheden stap voor stap op te bouwen.
Daarbij zijn er gewoon afspraken en grenzen.
Ik wil dat een hond wacht wanneer dat nodig is, terugkomt als ik hem roep of fluit en leert samenwerken tijdens het werk. Vrijheid betekent bij mij niet dat een hond zelfstandig ieder veld leeg mag jagen omdat dat nu eenmaal lekker bij zijn natuur past.
Veel honden vinden het werk namelijk nogal leuk. Héél erg leuk.
Een trainingsplek, de dummytas of een schot kan al genoeg zijn om de verwachting van jouw hond omhoog te jagen. Een hond kan keurig zitten en ondertussen mentaal al drie konijnen verder zijn.
Kont op de grond zegt dan vooral iets over waar de kont zich bevindt en niets over de mentale staat van je hond.
Arousal
Daarom kijk ik niet alleen of een hond de oefening keurig uitvoert. Ik kijk ook of hij nog kan schakelen, of een fluitsignaal nog binnenkomt en of hij na actie weer een beetje terug op aarde komt.
Die mate van activatie noemen we arousal. Voor jachtwerk heb je graag een hond met zin in zijn werk. Het wordt lastig wanneer die arousal zo hoog oploopt dat schakelen, samenwerken en leren steeds moeilijker worden.
Daar houd ik in de training veel rekening mee.
En jij mag ook leren
Dat vind ik ook een belangrijk deel van mijn lessen: dat jij de trainer van je eigen hond wordt.
Nadoen wat ik voordoe is niet zo moeilijk. Het doen van de oefeningen die ik verzin ook niet. Interessanter wordt het als je zelf leert zien waarom iets vandaag wel lukt en morgen ineens niet, en wat je dan aan je training kunt veranderen.
Uiteindelijk sta jij naast je hond als er iets gebeurt wat niet in het lesplan stond. Dan helpt het als je niet alleen een oefening kent, maar ook snapt wat je aan het doen bent.
Beginnen met jachttraining
Wil je eerst verder uitzoeken hoe je bepaalde onderdelen aanpakt? Lees dan bijvoorbeeld verder over je hond leren apporteren of over wat er gebeurt als je jachthond tijdens een training steeds verder ‘aan’ gaat.
Wil je vooral beter leren hóé je gedrag opbouwt, waar je tijdens een training naar kijkt en hoe je daarbij de clicker gebruikt? Dan is Click & Klaar een logische eerste stap.
Voor nu weet je hopelijk voldoende waar je aan begint. De groene jas is optioneel.
Dit artikel is geschreven door Saskia Kolthof- De Honderwijzer. Het is niet toegestaan om (gedeeltes van-) mijn artikelen over te nemen. Het delen van dit artikel middels een link vind ik heel fijn. Zo hoop ik het welzijn van jachthonden te kunnen verhogen. Jouw hulp is daarbij zeer welkom!


