Steadiness – een van die woorden die compleet nieuw zijn wanneer je naar je eerste jachttraining gaat- is hét fundament onder de opleiding van iedere jachthond.
Steadiness gaat over rust, concentratie en zelfbeheersing. Je ziet een hond die blijft staan of zitten terwijl de vogels opvliegen, de hazen vrolijk naar jullie zwaaien en de jagers aanleggen om het schot te lossen.
Een hond die de rust in zijn kop heeft, en zijn gedrag daarop aanpast, is hét verschil tussen een succesvol apport en een gemiste kans.
Niets irritanter dan een voorjager die haar hond niet onder controle heeft en de hond letterlijk de vuurlinie in laat rennen. (been there, done that; je krijgt geen shirt als het gebeurt)
Hoe heter de hond, hoe belangrijker jouw trainersvaardigheden om je hond op een vriendelijke manier “steady as a rock” te krijgen.

Rust in de kop begint in de kop
Steadiness begint in het hoofd. Het draait niet om stilzitten, maar om je hond te leren dat hij prikkels op een kalme manier kan verwerken.
Rust is niet het gedrag dat je ziet in een ‘af en blijf’. Rust gaat over de staat van je hond. Kan hij nog nadenken? Kan hij nog naar jou schakelen?
Die mindset is de basis voor het gedrag dat je ziet. Dát is waar steadiness begint.
Iedere vorm van druk, boosheid of fysieke correctie maakt je hond niet relaxter of zelfverzekerder. Het trainen van rust gaat over het werken aan de emotie, verwachting en leerbaarheid.

Steadiness begint thuis
Steadiness train je niet pas wanneer er zes honden naast je staan, een dummy door de lucht vliegt en jouw hond al met zijn ziel halverwege het veld hangt. Dan ben je eigenlijk te laat.
Je begint veel kleiner.
Thuis met een voertje dat even op tafel blijft liggen. In de tuin met een speeltje dat beweegt. Tijdens een wandeling met stilstaan en, op zijn Achterhoeks: “beetje dom weg kiek’n” voordat je samen verder loopt.
Je leert je hond dat wachten niet betekent dat hij buitenspel staat. Wachten betekent: informatie verzamelen. Eerst kijken. En dan weer contact kunnen maken.
Misschien alsnog iets leuks: een voertje, een zoekje, een handtouch, samen bewegen of later een apport. Sluit ‘iets leuks’ wel weer af met bijvoorbeeld dom kiek’n. Je begint in rust. Je eindigt ook weer in rust.
Zo bouw je een beloningsgeschiedenis waarin beheersing iets oplevert. Niet als trucje, maar als verwachting: rustig blijven bij jou is óók onderdeel van het werk.
Systematische desensitisatie
Desensiti-wat? Ik krijg het amper in 1 keer uitgesproken, maar het principe is simpeler dan dat je het zegt.
Systematische desensitisatie betekent dat je je hond op een rustige, gecontroleerde manier laat wennen aan prikkels.
Je begint dus ruim vóór je hond in de lijn hangt op zijn achterpoten. Je leert je hond dat observeren ook een optie is.
Je begint met een milde prikkel op een afstand waarvan jouw hond niet over de **** gaat. Langzaam, zeker en succesvol.
Je hond leert dat deze prikkel oké is – geen reden om meteen ‘aan’ te gaan. En dat hij later de spanning mag ontladen.
Steadiness betekent dat je hond heel veel mag willen. Graag zelfs. We hebben het over jachthonden. Die mogen iets vinden van een dummy, wildgeur, beweging en werk. De drive hoeft er niet uit.
Het punt is dat je hond leert dat drive en bereikbaarheid samen kunnen bestaan.

Rust tijdens training
Wanneer je traint in een groep, sta je vaak samen te wachten. Er is één hond aan het werk en de rest kijkt.
Niet alle honden trekken dat heel goed … Blaffen, trappelende pootjes, piepen, rondjes draaien; je hond probeert de spanning te ontladen.
Dus wat te doen?
Neem afstand van de prikkel. Je hoeft niet weg, maar zoek een afstand waarop je hond nog bereikbaar is. Een voertje aan kan nemen.
Oefen thuis. Bouw het daar op, waar de prikkels voorspelbaar en controleerbaar zijn.
Beloon beschikbaarheid. Je ziet het aan een zachtere blik, een diepe zucht, een gecontroleerde uitvoering van het makkelijkste gedrag dat je hond kent. (zoek de voertjes, handtouch, rondje draaien enzovoort)
Ga naar huis terwijl je hond nog kan herstellen. Het mooiste moment om te stoppen is dat moment van beschikbaarheid van hierboven.
Leren lezen
Vóór je hond gaat piepen of blaffen, heeft hij jou meestal al een paar duidelijke signalen gegeven dat de spanning stijgt.
Let op ademhaling, spierspanning en houding. Kijk naar zijn mond, zijn ogen, zijn staart, zijn gewicht naar voren. Kijk of hij nog voer kan aannemen. Kijk of hij nog kan snuffelen. Kijk of hij nog even naar jou kan terugkeren.
Je hond vertelt vaak al lang vóór de ontploffing dat de emmer volloopt.
Kijk naar je hond en bied ruimte om te kalmeren.
Beloof jezelf in ieder geval dat jij je zen behoudt. Energie gaat niet één op één over op je hond, maar jouw bewegingen, stem en ademhaling veranderen wel als je geïrriteerd raakt. En dat pikt jouw beste vriend echt op.
Als jouw hond het lastig vindt om rust te vinden tijdens trainingen: Je hond doet niet stom. Hij heeft gewoon nog niet geleerd hoe hij met prikkels om moet gaan.
Wil je daar stappen in maken, dan begint het bij de basis.
Dit artikel is geschreven door Saskia Kolthof van De Honderwijzer. Het overnemen of herplaatsen van mijn teksten, volledig of gedeeltelijk, is niet toegestaan. Ook niet “even een stukje”, hoe gezellig dat soms ook bedoeld is.
Wil je het artikel delen? Heel graag. Deel dan de link naar mijn website, zodat mensen het oorspronkelijke artikel kunnen lezen.
Zo help je mee om kennis over welzijnsgerichte jachthondentraining verder te verspreiden. Daar worden jachthonden beter van. En dat is nogal de bedoeling.


